Jongeren zijn het kind van de rekening

Het nijpend tekort aan huisvesting voor jongeren; we signaleren het, we praten er over, we doen veel te weinig. Daar verandert de huidige coronacrisis helaas niets aan. Sterker nog, misschien verergert het woningtekort zelfs, gezien de recente berichtgeving over stagnerende nieuwbouwprojecten. Vandaar dit appel aan gemeenten om juist jongerenhuisvesting veel meer urgentie te geven.

‘Het woningtekort loopt nog veel verder op’ kopte NRC op 22 januari van dit jaar. De journalist signaleert dat het huidige tekort van 294.000 woningen in Nederland de komende jaren nog met tienduizenden woningen zal toenemen, vooral door de nasleep van de stikstof- en pfas-crisis.

Dat landelijke tekort is al een hoofdpijndossier. De positie van jongeren zou tot acute migraine moeten leiden. De grafieken, gebaseerd op cijfers van Woningnet uit 2018, laten dat goed zien. Circa 63 procent van de woningzoekenden bestaat uit jongeren van 18 tot 35 jaar. Daar ligt dus een enorm probleem. Een probleem dat blijkbaar onvoldoende serieus wordt genomen. Als je kijkt welke doelgroepen procentueel een nieuwe woning vinden, dan ligt dat percentage juist bij jongeren het laagst. Het zijn de ouderen die in aantal veel bescheidener zijn, die sneller aan een passende woning komen. Ik wil uiteraard niets afdoen aan de problematiek van geschikte seniorenwoningen – waar ook een schrijnend tekort aan is – maar we moeten wel beseffen dat die ouderen meestal al uit een goede woning komen.

Slechte vertrekpositie
Bij jongeren ligt dat anders. Die zitten vaak nog in een situatie dat ze niet over zelfstandige woonruimte kunnen beschikken. Ze staan vaak nog maar kort ingeschreven bij Woningnet of vergelijkbare platforms, waardoor ze lang moeten wachten ten opzichte van ouderen die veel langer op de wachtlijst staan en dus eerder aan de beurt zijn.

Moeten jongeren niet gewoon op hun beurt wachten? Dat veelgehoorde standpunt is volgens mij minimaal arbitrair en eigenlijk onjuist. Jongeren hebben een veel slechtere vertrekpositie dan ouderen, die sowieso al ergens wonen en vaak ook nog ruim. Jongeren hebben op zijn best een kamer thuis, die meestal niet meer volstaat als ze een baan elders hebben. Als de ouders nog in Amersfoort wonen en hun zoon of dochter een baan in het onderwijs in Haarlem heeft gevonden, dan ontstaat een serieus probleem.

Conclusie 1: jongerenhuisvesting moet veel centraler staan in het oplossen van het woningtekort.

Betaalbaarheid
Tweede aandachtspunt is de betaalbaarheid. Jongeren staan nog aan het begin van hun carrière. Ik heb het daarbij nadrukkelijk niet alleen over jongeren die hoger of universitair onderwijs volgen. De groep jongeren met een mbo-opleiding of lager is meer dan twee keer zo groot. Zij zoeken vaak zelfstandige huisvesting als de eerste baan in beeld komt. In alle gevallen geldt dat het om een doelgroep gaat die op dit moment en de komende jaren niet veel te besteden heeft. Kopen is niet aan de orde en voor vrijesectorhuur komen de meeste jongeren niet in aanmerking. De enige oplossing is een substantieel aanbod onder de sociale huurgrens. Ik ga uit van meer dan de helft van de te realiseren woningen.

Conclusie 2: de te bouwen woningen moeten vooral in het sociale segment worden gerealiseerd.

Eenzaamheid
Een punt dat in mijn ogen vanuit maatschappelijk oogpunt onvoldoende aandacht krijgt, is eenzaamheid onder jongeren. Ouderen en eenzaamheid is een thema waaraan de media veelvuldig aandacht besteden. Dat dit ook een serieus probleem bij jongeren is, maakte Nadï van de Watering uit Nijmegen duidelijk. Haar schreeuw om contact met andere jongeren bleek bepaald geen uitzondering te zijn. RTL-Nieuws van 4 september 2019 sprak al over tienduizenden jongeren. Een veelgevraagd professional op dit gebied is Irene Campfens uit Haarlem. Zij (zie www.irenecampfens.nl) heeft lang in de ggz-sector gewerkt en daarbij gemerkt dat eenzaamheid onder jongeren niet alleen veel voorkomt, maar ook nog toeneemt. Elke vier jaar wordt hier door de GGD’s in Nederland onderzoek naar gedaan. De laatste cijfers uit 2016 laten zien dat circa veertig procent van de jongeren met eenzaamheidsproblemen kampt. Het gaat zowel om emotionele eenzaamheid (existentiële eenzaamheid) als om sociale eenzaamheid (contact met andere jongeren). Een belangrijke uitdaging die we als maatschappij op moeten pakken. Ik ben ervan overtuigd dat we hier door goed ontworpen huisvesting een impuls aan kunnen en moeten geven. Liever compacte maar wel aantrekkelijke zelfstandige woonruimte als er daardoor ook veel ruimte is voor collectieve ruimtes die samenzijn en ontmoeting stimuleren. Van samen naar het voetbal kijken tot gezamenlijk sporten en van een taalcursus naar een gezamenlijke fietsreparatieplek. Deelfietsen en -auto’s horen wat mij betreft ook bij die collectieve voorzieningen.

Conclusie 3: als we meer investeren in goede jongerenhuisvesting, dan helpt dat ook om eenzaamheid onder jongeren te verminderen.

Krimp
Voor bestuurders van middelgrote steden is er nog een inhoudelijk argument. Er is een flinke trek van vooral jongeren naar de grote steden, omdat ze daar studeren en werken. Dat leidt tot beperkte groei of zelfs krimp van die middelgrote steden en tot onbalans. Ouderen vormen een steeds groter aandeel van hun bevolking, het aandeel jongeren slinkt en dat maakt die steden minder vitaal en levendig. De enige manier waarop middelgrote steden met grote steden kunnen ‘concurreren’ is door een beter woningaanbod voor jongeren.

Het Rijk staat op dit moment – in mijn ogen onterecht – in de afwachtende stand. Gemeenten moeten daarom zelf volgens mij veel meer daadkracht tonen met kansen scheppen voor jongerenhuisvesting: locaties aanwijzen en partijen extra behulpzaam zijn die willen investeren in betaalbare jongerenhuisvesting. Met daarbij de kanttekening dat het om méér gaat dan alleen studentenwoningen. Jongeren die net aan het werk gaan verdienen minstens zoveel, zo niet meer aandacht. Elke gemeente zou niet alleen een woonvisie moeten opstellen, maar ook een actieplan jongerenhuisvesting. En daadwerkelijk aan de slag moeten gaan om die jongerenhuisvesting echt te realiseren.


Bron: ROm Magazine juli/aug 2020
Teks: Jeroen van Speijk

Over 1828 Groep

Bij 1828 Groep werkt een enthousiast team van vijf professionals hard aan de missie om een bijdrage te leveren aan het oplossen van het woningtekort onder jongeren. We hebben de ambitie om binnen de komende drie jaar tien 1828 vestigingen te realiseren in middelgrote steden in heel Nederland. 1828 Groep is een initiatief van ontwikkelaars Wibaut en AIVM.

  • 020 - 421 70 84
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
  • LinkedIN

1828 Groep B.V
Buiksloterdijk 240
1025 WE Amsterdam

Ernest van der Meijde en Jan Jaap van Kampen.
Initiatiefnemers van 1828